Deze verordening verstaat onder:
Standplaats: de op een openbare markt, door het bevoegd gezag, voor een bepaalde duur aangewezen oppervlakte voor het uitoefenen van de markthandel.
Openbare markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden.
Marktdag: een krachtens besluit van de raad aangewezen dag voor het houden van een openbare markt.
Marktstal: een standplaats ter grootte van 4 strekkende meters.
Een dubbele marktstal: een standplaats ter grootte van 8 strekkende meters.
Standwerkersplaats: een standplaats ter grootte van een variabel aantal strekkende meters.
Tijdvak: een aaneengesloten periode van dertien weken
Dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld.
Vaste plaats: een standplaats, die voor de duur van een tijdvak, tot wederopzegging wordt beschikbaar gesteld.