Deze verordening verstaat onder:
vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatiedoeleinden;
vakantie-onderkomens: woningen, woonboten en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatiedoeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatiedoeleinden;
eigen gebruik: het object in gebruik bij de eigenaar en/of zijn gezinsleden die niet als ingezetenen in de Basisregistratie Personen van de gemeente zijn ingeschreven. Er is nog sprake van eigen gebruik, wanneer het object gedurende een beperkte periode beschikbaar wordt gesteld aan familieleden, kennissen of andere relaties. Er is geen sprake van eigen gebruik, wanneer het object gedurende een gedeelte van het jaar (een minimale totale periode van 5 maanden) wordt verhuurd door (of door bemiddeling van) een commercieel werkend verhuurbedrijf. In dat geval wordt de verhuurorganisatie voor de gehele periode als belastingplichtig aangemerkt;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende één seizoen of één jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
Jaar: een kalenderjaar;
Seizoen: 15 maart tot en met 31 oktober van het kalenderjaar;
particuliere woningen: woningen en nevenruimten daarbij, welke in principe niet bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2026