Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:2

Resultaatbestemming

Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026

De gemeenteraad besluit bij de programmarekening over de bestemming van het jaarrekeningresultaat: de resultaatbestemming. De resultaatbestemming bestaat uit drie volgordelijke onderdelen: en eerste worden saldo neutrale mutaties doorgevoerd zodat de resultaten aan de juiste programma’s worden toegerekend, waarbij: administratieve technische correcties worden verwerkt die ervoor zorgen dat onterechte en onbedoelde voordelen en nadelen tussen programma’s worden verrekend; en resultaten op gemeentebrede projectreserves binnen programma Financiën worden verrekend. Ten tweede vinden verrekeningen van het resultaat plaats op basis van de verordening, spelregels en bestuurlijke afspraken, waarbij: resultaten op de BUIG worden verrekend met de algemene reserve; resultaten op de activiteit verkiezingen worden verrekend met de reserve verkiezingen; eventuele onderuitputting van het jaarbudget van de rekenkamer wordt toegevoegd aan de reserve herfaseringen, tot een maximum van 10% van het totale jaarbudget van de rekenkamer; resultaten grondexploitaties worden verrekend met de reserve Grondbedrijf; resultaten op onderhoud vastgoed worden verrekend met de reserve onderhoud vastgoed; resultaten op onderhoud sportaccommodaties worden verrekend met de reserve onderhoud sportaccommodaties; resultaten op de activiteit ambulancezorg worden verrekend met de reserve regiofunctie maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en ambulancezorg; en specifieke bestuurlijke afspraken worden verrekend met de bijbehorende programma’s en reserves; Tenslotte wordt het overig resultaat per afzonderlijk programma verdeeld, waarbij: het resultaat op de overige programma’s wordt verrekend met de programmareserve van het betreffende programma conform artikel 5:7 van deze verordening; het resultaat op het overzicht overhead wordt verrekend met de centrale bedrijfsvoeringsreserve; het resultaat op programma Financiën wordt verrekend met de algemene reserve; de reserve onderhoud vastgoed en de reserve onderhoud sportaccommodaties een maximale hoogte kennen, waarbij in geval van overschrijding het overschot wordt toegevoegd aan de algemene reserve; de programmareserves en de centrale bedrijfsvoeringsreserve een maximale hoogte kennen, waarbij in geval van overschrijding het overschot wordt toegevoegd aan de te verdelen middelen zoals hieronder beschreven; het totaal van het resultaat op programma Financiën en eventuele overschotten op de programmareserves en de centrale bedrijfsvoeringsreserve als volgt worden verdeeld; eerst wordt de algemene reserve aangevuld tot het benodigde niveau conform de Kadernota Weerstandsvermogen; vervolgens wordt 25% van het resterende saldo toegevoegd aan het cofinancieringsfonds; tegelijkertijd met de bepaling onder ii wordt 3% van het resterende saldo toegevoegd aan het raadsinitiatievenfonds, met inachtneming van de maximale hoogte van deze reserve; en tenslotte wordt het eventueel resterende saldo toegevoegd aan de algemene reserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel