De gemeenteraad besluit bij de programmarekening over de bestemming van het jaarrekeningresultaat: de resultaatbestemming. De resultaatbestemming bestaat uit drie volgordelijke onderdelen:
en eerste worden saldo neutrale mutaties doorgevoerd zodat de resultaten aan de juiste programma’s worden toegerekend, waarbij:
administratieve technische correcties worden verwerkt die ervoor zorgen dat onterechte en onbedoelde voordelen en nadelen tussen programma’s worden verrekend; en
resultaten op gemeentebrede projectreserves binnen programma Financiën worden verrekend.
Ten tweede vinden verrekeningen van het resultaat plaats op basis van de verordening, spelregels en bestuurlijke afspraken, waarbij:
resultaten op de BUIG worden verrekend met de algemene reserve;
resultaten op de activiteit verkiezingen worden verrekend met de reserve verkiezingen;
eventuele onderuitputting van het jaarbudget van de rekenkamer wordt toegevoegd aan de reserve herfaseringen, tot een maximum van 10% van het totale jaarbudget van de rekenkamer;
resultaten grondexploitaties worden verrekend met de reserve Grondbedrijf;
resultaten op onderhoud vastgoed worden verrekend met de reserve onderhoud vastgoed;
resultaten op onderhoud sportaccommodaties worden verrekend met de reserve onderhoud sportaccommodaties;
resultaten op de activiteit ambulancezorg worden verrekend met de reserve regiofunctie maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en ambulancezorg; en
specifieke bestuurlijke afspraken worden verrekend met de bijbehorende programma’s en reserves;
Tenslotte wordt het overig resultaat per afzonderlijk programma verdeeld, waarbij:
het resultaat op de overige programma’s wordt verrekend met de programmareserve van het betreffende programma conform artikel 5:7 van deze verordening;
het resultaat op het overzicht overhead wordt verrekend met de centrale bedrijfsvoeringsreserve;
het resultaat op programma Financiën wordt verrekend met de algemene reserve;
de reserve onderhoud vastgoed en de reserve onderhoud sportaccommodaties een maximale hoogte kennen, waarbij in geval van overschrijding het overschot wordt toegevoegd aan de algemene reserve;
de programmareserves en de centrale bedrijfsvoeringsreserve een maximale hoogte kennen, waarbij in geval van overschrijding het overschot wordt toegevoegd aan de te verdelen middelen zoals hieronder beschreven;
het totaal van het resultaat op programma Financiën en eventuele overschotten op de programmareserves en de centrale bedrijfsvoeringsreserve als volgt worden verdeeld;
eerst wordt de algemene reserve aangevuld tot het benodigde niveau conform de Kadernota Weerstandsvermogen;
vervolgens wordt 25% van het resterende saldo toegevoegd aan het cofinancieringsfonds;
tegelijkertijd met de bepaling onder ii wordt 3% van het resterende saldo toegevoegd aan het raadsinitiatievenfonds, met inachtneming van de maximale hoogte van deze reserve; en
tenslotte wordt het eventueel resterende saldo toegevoegd aan de algemene reserve.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:2
Resultaatbestemming
Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026