Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:8

Centrale bedrijfsvoeringsreserve

Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026

1. . De gemeente heeft één centrale bedrijfsvoeringsreserve. De centrale bedrijfsvoeringsreserve bedraagt maximaal € 10 miljoen. 2. . De centrale bedrijfsvoeringsreserve is beschikbaar voor gemeentebrede bedrijfsvoering en heeft de volgende doelstellingen: het opvangen van jaarrekeningresultaten vanuit het overzicht overhead; het opvangen van frictiekosten van de dienst bedrijfsvoering als gevolg van wijzigingen in de organisatie en formatie; het kunnen uitvoeren van (kleinere) projecten ter innovatie van de gemeentelijke bedrijfsvoering van de overheadfunctie. 3. . Als de centrale bedrijfsvoeringsreserve na resultaatbestemming het maximum overschrijdt, wordt het meerdere verrekend volgens de wijze zoals beschreven in artikel 5:2, aanhef en onder c, zesde graad. 4. . Voorstellen ten laste van de centrale bedrijfsvoeringsreserve maken deel uit van de besluitvorming van het college over de programmabegroting. 5. . Als na de verrekening van het jaarrekeningresultaat blijkt dat de centrale bedrijfsvoeringsreserve negatief wordt, komt het college met een voorstel om de reserve binnen maximaal twee begrotingsjaren ten minste op nihil te krijgen. 6. . De centrale bedrijfsvoeringsreserve muteert alleen door resultaatbestemming en naar aanleiding van de integrale besluitvorming over de programmabegroting in de begrotingsretraite.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel