**1..** Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking voor subsidies van ten minste € 50.000 en ten hoogste € 125.000 kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, een vergoeding is verschuldigd aan burgemeester en wethouders indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 4:41 lid 2 van de Wet.
**2..** Bij subsidies van meer dan € 125.000 is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, in de in artikel 4:41 lid 2 van de Wet bedoelde gevallen, een vergoeding verschuldigd aan het college.
**3..** De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de economische waarde van de zaken en overige vermogensbestanddelen – waaronder een eventuele egalisatiereserve – op het moment waarop de vergoeding verschuldigd wordt.
**4..** De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag, waarmee subsidiering door de gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.
**5..** Het college kan, indien daartoe aanleiding bestaat, de vergoeding in afwijking van het derde en vierde lid op een lager bedrag vaststellen.
HOOFDSTUK 6
Artikel 13
Vergoeding vermogensvorming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Maasgouw