**1..** De raad draagt de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening over aan het college.
**2..** Het college is bevoegd te besluiten over het verlenen en vaststellen van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. Als de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd kan het college slechts subsidie verlenen onder het voorbehoud dat voldoende middelen door de raad ter beschikking worden gesteld.
**3..** Het college kan bij nadere regels (hierna te noemen: “subsidieregelingen”) bepalen:
voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen;
hoe de subsidie wordt berekend;
op welke wijze en in welke termijnen de subsidie wordt uitbetaald.
**4..** Het college is bevoegd om bij of krachtens de subsidiebeschikking – zowel bij subsidieverlening als bij directe subsidievaststelling - aanvullende verplichtingen op te leggen aan de subsidieontvanger, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie of noodzakelijk zijn voor een juiste verantwoording of uitvoering daarvan. Deze verplichtingen worden vastgesteld met inachtneming van afdeling 4.2.4 van de Wet..