**1..** De aflossing van de geldlening vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening en vindt maandelijks plaats.
**2..** Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar.
**3..** Het maandelijks af te lossen bedrag is 5% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, plus 35% van het inkomen dat meer bedraagt dan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm.
Indien belanghebbende kosten kan delen is de kostendelersnorm de geldende bijstandsnorm.
**4..** Het maandelijks af te lossen bedrag wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld.
**5..** Bij een inkomen zoals bedoeld in artikel 32 Participatiewet dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 van die wet, wordt geen aflossing gevergd.
**6..** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de schuldeiser, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een hoger dan wel lager bedrag vaststellen. Het aflossingsbedrag wordt in ieder geval gewijzigd indien het inkomen op maandbasis € 300,- netto afwijkt.
**7..** Indien de schuldenaar tijdens de aflossingsperiode van tien jaar nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en is daarover de wettelijke rente verschuldigd.
**8..** Bij de beoordeling van het inkomen zoals bedoeld in lid 5 wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van de schuldenaar komende, bijzondere bestaanskosten zoals vermeld in artikel 35 Participatiewet. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen.
Artikel 4.
Aflossing van de geldlening
Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Participatiewet gemeente Haarlemmermeer 2026