Onder inkomstenvrijlating wordt verstaan het vrijlaten van de inkomsten die op grond van:
artikel 31, tweede lid onder n van de Participatiewet, artikel 8, tweede lid van de IOAW en artikel 8, derde lid van de IOAZ gedurende een periode van 6 maanden niet aangemerkt worden als middelen en die bijdragen aan arbeidsinschakeling;
artikel 31, tweede lid onder r van de Participatiewet, artikel 8, vijfde lid van de IOAW en artikel 8, negende lid van de IOAZ gedurende een periode van 30 aaneengesloten maanden niet aangemerkt worden als middelen en die bijdragen aan arbeidsinschakeling;
artikel 31, tweede lid onder y van de Participatiewet, artikel 4b en artikel 8, het zevende en achtste lid van de IOAW en artikelen 4b en artikel 8, elfde en twaalfde van de IOAZ niet aangemerkt worden als middelen, tenzij er niet langer sprake is van een medische urenbeperking.
Artikel 31, tweede lid, onder aa van de Participatiewet gedurende een periode van 12 maanden niet aangemerkt worden als middelen en waarbij een uitbreiding van de arbeidsomvang van de persoon met loonkostensubsidie niet mogelijk is;
artikel 34a, eerste lid onder a van de Participatiewet, gedurende een periode van 12 maanden niet aangemerkt worden als middelen en die bijdragen aan arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar in 2026.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1.
Begripsbepaling
Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Haarlemmermeer 2026