Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II:

Artikel 2.

VERGUNNINGPLICHT

Onderdeel van Aansluitverordening riolering 2026

1.. Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering tot stand te brengen of te wijzigen. 2.. Indien de afstand van het perceelgrens tot het dichtstbijzijnde punt van het openbaar vuilwaterriool werk kleiner dan of gelijk is aan 40 meter, is aansluiting op het openbaar riool verplicht. Bij een afstand van meer dan 40 meter vervalt deze verplichting en dient het huishoudelijk afvalwater te worden behandeld via een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). Voor het toepassen van een IBA is een vergunning vereist van Waterschap Hollandse Delta. Zie hiervoor de geldende Waterschapsverordening. Indien op het perceel sprake is van afvalwater afkomstig van een zwembad, industrieel gebruik of andere niet-huishoudelijke bronnen, is toepassing van een IBA veelal niet toegestaan. In deze gevallen dient altijd een aansluiting op het openbaar riool te worden gerealiseerd, ongeacht de afstand. De kosten voor deze aansluiting komen voor rekening van de aanvrager; 3.. Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het particulier riool en het lozingspunt van de perceelsaansluiting: voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater, voor zover de perceeleigenaar het hemelwater niet redelijkerwijs in de bodem of naar het oppervlaktewater kan brengen, als ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is; voor de afvoer van afvalwater zonder hemel- of drainagewater naar het daarvoor bedoelde leidingenstelsel, als ter plaatse gescheiden riolering, drukriolering of IBA aanwezig is; voor de afvoer van drainage- of hemelwater, voor zover de perceeleigenaar het hemelwater niet redelijkerwijs in de bodem of naar het oppervlaktewater kan brengen, naar het daarvoor bedoelde openbare riolering inclusief watergangen, als ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is; de particuliere afvoerleiding niet wordt aangelegd als samengevoegde voorziening van hemel- en afvalwater. 4.. Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één particuliere afvoerleiding op de openbare riolering een aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld. 5.. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot: het tot stand brengen van de aansluiting; de technische eisen aan de aansluiting; het aantal aansluitingen en de locaties van de aansluitingen; het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de perceelaansluitleiding; sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende; de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater als het een tijdelijke aansluiting betreft; de pompcapaciteit van de pomp in het gemaal als voor het aansluitpunt een gemaal is opgenomen om het afvalwater te kunnen lozen in de openbare riolering. 6.. Als de rechthebbende binnen één jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning betrekking heeft, uit te laten voeren, kunnen burgemeester en wethouders de aansluitvergunning intrekken. 7.. Voor situaties waarbij aangesloten dient te worden op het aanwezige drukrioleringstelsel gelden aanvullende voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 8. 8.. Voor aansluiting van woonschepen op de riolering, zie de Woonschepenverordening van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel