Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 24.

Doorbetaling vaste lasten bij detentie

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2026

1.. Gedurende een periode van maximaal zes maanden kunnen de woonlasten van een gedetineerde op grond van zeer dringende redenen (artikel 16 lid 1 van de wet) worden doorbetaald. Onder woonlasten wordt verstaan: de verschuldigde huur, rente van een hypotheek, de kosten van een opstal- /inboedelverzekering en de vastrechtbedragen van de energielasten. 2.. De gedetineerde dient alleenwonend te zijn en voorafgaand aan de detentie woonachtig en in de Basisregistratie Personen van de gemeente Haarlemmermeer te zijn ingeschreven. 3.. De gedetineerde beschikt niet over financiële reserves om zelf in de kosten voor de woonlasten te voorzien. Hieronder is ook te verstaan de aanwending van het eigen (bescheiden) vermogen. 4.. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze lening verstrekt. Als na detentie een schuldhulpverleningstraject wordt gestart, kan deze lening daarin meegenomen worden. In sommige situaties, zoals bij een (hoge) schuldensituatie, kan worden overwogen om de bijstand om niet te verstrekken. 5.. De eerste maand huur of hypotheek komt niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De gedetineerde wordt geacht dit zelf te kunnen opvangen. 6.. In de gevallen dat detentieduur moeilijk op voorhand is in te schatten, bijvoorbeeld inbewaringneming of gevangenhouding, wordt bijzondere bijstand verleend voor de duur van maximaal drie maanden. Na deze drie maanden, of in voorkomende gevallen eerder, wordt beoordeeld of de ondersteuning met maximaal drie maanden wordt voortgezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel