Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Subsi­die­ver­ordening woontussenvoorzie­ningen

Het subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt beëindigd op de laatste dag van de maand, waarin de bewoner de bewoning van de door hem gehuurde wooneenheid daadwerkelijk beëindigt. Indien een bewoner een andere wooneenheid binnen hetzelfde complex betrekt kan het college ten behoeve van deze bewoner het subsidie handhaven. ARTIKEL 4 Het subsidie wordt in maandelijkse termijnen aan de instelling uitbetaald. De instelling brengt het subsidie in mindering op de individuele huur van de bewoner ten behoeve van wie het subsidie is toegekend. ARTIKEL 5 Van het daadwerkelijk beëindigen van de bewoning van een wooneenheid door een der bewoners, dan wel van het betrekken van een andere wooneenheid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, doet de instelling onverwijld mededeling aan burgemeester en wethouders. De instelling is gehouden alle door burgemeester en wethouders gewenste inlichtingen binnen een door deze gestelde termijn te verstrekken. ARTIKEL 6 Indien door of namens de instelling onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt of bepalingen van deze verordening niet zijn nageleefd, kunnen burgemeester en wethouders het vastgestelde subsidie terugvorderen onderscheidenlijk verminderen. SLOTBEPALINGEN

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel