Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3.

Artikel 6.3.2.

De last onder dwangsom

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering gemeentelijke taken Wet kinderopvang Haarlemmermeer 2025

De last onder dwangsom wordt doorgaans ingezet na het niet voldoen van de maatregel(en) in een aanwijzing of bij recidive. Door middel van een last onder dwangsom krijgt de houder (wederom) de plicht opgelegd om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Voor het beëindigen van de overtreding wordt in de last onder dwangsom een begunstigingstermijn opgenomen. De dwangsom moet een voldoende prikkel zijn om de overtreding daadwerkelijk te beëindigen en beëindigd te houden. Wij hanteren voor het vaststellen van de hoogte van de dwangsom het bedrag dat in het afwegingsmodel staat genoemd als boetebedrag. Als de overtreding niet wordt genoemd in het afwegingsmodel, wordt aangesloten bij de overtreding die er het dichtst bij in de buurt komt. Na afloop van de begunstigingstermijn voert de GGD een nader onderzoek uit. Als wordt vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, verbeurt de dwangsom en moet de houder de dwangsom betalen. Daarnaast kan ervoor worden gekozen om een tweede last onder dwangsom op te leggen. Bij een tweede last onder dwangsom wordt het dwangsombedrag verhoogd ten opzichte van de eerste last onder dwangsom. Als er binnen 3 jaar, sinds de laatste opgelegde aanwijzing, een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld legt het college doorgaans een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel