Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 4:

Artikel 29.

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Achtkarspelen 2026

1.. De voorzitter vraagt of de raad wil stemmen over het voorstel. Als niemand om stemming vraagt en de voorzitter dat ook niet nodig vindt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.. Als de raad een voorstel zonder stemming aanneemt, kunnen aanwezige raadsleden vragen om in de besluitenlijst op te nemen: dat zij tegen het voorstel zijn, of dat zij zich, volgens artikel 28 van de Gemeentewet, van deelname aan de beraadslaging en stemming hebben onthouden. 3.. Als één of meer leden stemming vragen, vindt de stemming plaats via de vergaderposten. 4.. Wanneer een raadslid daarom vraagt, vindt een hoofdelijke stemming plaats volgens de volgende procedure: De voorzitter roept de raadsleden één voor één bij naam op om hun stem uit te brengen. Het lot bepaalt bij welk lid van de presentielijst de voorzitter begint; daarna volgt de voorzitter de volgorde van die lijst. Leden stemmen door duidelijk ‘voor’ (‘foar’) of ‘tegen’ (‘tsjin’) te zeggen, zonder toevoeging. Als een lid zich vergist bij het stemmen, mag hij of zij dit corrigeren voordat het volgende lid heeft gestemd. Merkt hij of zij de vergissing pas later op, dan kan het raadslid dit nog melden nadat de voorzitter de uitslag heeft bekendgemaakt — maar dat verandert de uitslag niet. 5.. Bij (hoofdelijke) stemming is ieder lid van de raad dat aanwezig is en dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op basis van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen. 6.. Vóór de stemming formuleert de voorzitter duidelijk het voorstel waarover de raad stemt. 7.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en vermeldt het aantal voor- en tegenstemmen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel