Naar hoofdinhoud
Sinds verslagjaar 2023 legt het college van burgemeester en wethouders via de jaarstukken verantwoording af over de rechtmatigheid van het gevoerde financieel beheer, conform artikel 75, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Rechtmatigheid betekent dat alle financiële handelingen van de gemeente in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, gemeentelijke verordeningen en andere relevante kaders. Dit omvat onder meer de naleving van voorwaarden bij subsidies, Europese bestedingen en het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het college van B&W blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid binnen de organisatie. Echter krijgt het college een explicietere verantwoordelijkheid door het zelfstandig opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. De gemeenteraad gaat hierover in gesprek met het college en kan zo zijn controlerende rol beter vervullen. De gemeenteraad bepaalt tevens waar de grens ligt van waar de jaarrekening nog voldoet aan de eisen van rechtmatigheid en wanneer niet. Ook bepaalt de raad in welke gevallen hij geïnformeerd wil worden: voor iedere afwijking of alleen boven een bepaald bedrag. Daarnaast moet worden vastgesteld vanaf welke omvang specifieke afwijkingen, zoals een afwijking van de aanbestedingsregels, moeten worden gerapporteerd. Deze zogeheten verantwoordings- en rapporteringgrens mag maximaal 2% procent van de lasten bedragen. De accountant toetst of de jaarrekening getrouw is. Oftewel, in overeenstemming met de werkelijkheid. Omdat de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel is van de jaarrekening, controleert de accountant ook of die verantwoording getrouw is. Afwijkingen moeten in de paragraf Bedrijfsvoering worden gerapporteerd. Voor de accountant verandert er inhoudelijk niet veel. De rol van de accountant wijzigt hierdoor beperkt; hij blijft verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening en verstrekt daarover een verklaring. Vanwege het gegeven dat rechtmatigheid op een andere manier behandeld wordt, is het goed dat de kaders hiervoor worden vastgelegd in een beleidskader. De commissie BBV heeft in haar Kadernota rechtmatigheid 1 Kadernota rechtmatigheid 2025 – Commissie BBV https://commissiebbv.nl/page/view/88fe40d2-5c24-4f4d-9c71-7c0b5b125d18/kadernota-rechtmatigheid-2025, geraadpleegd op 13 oktober 2025 al redelijke gedetailleerde voorschriften voor de kaders bepaald. Die zijn in dit beleidskader op hoofdlijnen overgenomen. De indeling van beleidskaders binnen de gemeente is vastgesteld om deze gestructureerd en effectief vorm te geven. Dat betekent dat de volgende vragen moeten worden beantwoord: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daar voor doen? Wat mag het kosten? Hoe kunnen we er op sturen? In dit beleidskader vormen deze vragen de verdere indeling. Voor dit beleidskader is naast de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV ook gebruik gemaakt van de Notitie rechtmatigheidsverantwoording van het BADO. In onderdeel 2.4. is een plan van aanpak opgenomen om invulling te geven aan de rechtmatigheidscontrole in 4 stappen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel