Kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Echter, het college wil voorkomen dat belanghebbenden met een minimuminkomen het recht op bijzondere bijstand mislopen als zij bijvoorbeeld op een later moment in het bezit komen van de nota of iets later de aanvraag om bijstand indienen. Het college maakt daarom gebruik van de mogelijkheid om buitenwettelijk begunstigend beleid vast te stellen en kiest voor een aanvraagtermijn tot uiterlijk 13 weken vanaf de dagtekening van de nota en niet het moment dat de kosten zich voordoen. Hiervoor is gekozen om belanghebbenden niet te kort te doen als derden, bijvoorbeeld een bewindvoerder, veel later de nota verstuurt. Daarbij komt dat belanghebbenden pas geconfronteerd worden met betaling van de kosten vanaf het moment dat de nota wordt ontvangen.
Voor aanvragen om verhuis- en inrichtingskosten alsmede duurzame gebruiksgoederen geldt voornoemde termijn van 13 weken niet. Voor deze kosten is het noodzakelijk om vooraf de noodzaak van de aanschaf vast te stellen. Dit geldt ook voor kosten die behoren tot de algemene kosten van het bestaan, zoals woonkosten. Het gaat om kosten die in principe uit het inkomen voldaan moeten worden. In het verlengde van de algemene bijstand geldt voor deze kosten dat deze pas toegekend kunnen worden vanaf het moment dat deze aangevraagd zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Indienen aanvraag bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Zoeterwoude 2026