In het kader van maatwerkvoorzieningen Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) wordt voor begeleiding/dagbesteding, woningaanpassing, vervoersvoorzieningen en huishoudelijke hulp door het CAK een eigen bijdrage vastgesteld. De eigen bijdrage wordt voor 100% vergoed via de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering van Zorg en Zekerheid tot een maximumbedrag per jaar, zowel middels de AV-Gemeente Standaard als de AV-Gemeente Top. De gemeentelijke collectieve zorgverzekering moet dan ook beschouwd worden als een voorliggende voorzieningen voor bijzondere bijstandverlening. Echter niet elke persoon is op de hoogte van deze regeling of kan direct overstappen naar Zorg en Zekerheid. Voor deze personen is een overgangsregeling getroffen. Er kan een beroep gedaan worden op bijzondere bijstandsverlening maar men wordt tegelijkertijd op gewezen dat men in de toekomst (direct daarna; indien hij zich onmiddellijk bij Zorg en Zekerheid aanvullend kan verzekeren, of anders; na aanvang van het volgende kalenderjaar) daarvoor niet meer in aanmerking komt. Er wordt dan geadviseerd om te gaan deelnemen aan de gemeentelijke collectiviteit. In bijzondere gevallen – indien er gegronde redenen zijn om vast te houden aan de aanvullende verzekering elders – bestaat er de mogelijkheid hiervan af te wijken.
Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:
De persoon is aangewezen op de maatwerkvoorziening Wmo en betaalt hiervoor een eigen bijdrage zoals berekend door het CAK.
De persoon is elders aanvullend verzekerd en is niet eerder gewezen op de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering en kan zich niet onmiddellijk aanvullend verzekeren bij Zorg en Zekerheid.
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering.
Hoogte van de vergoeding
Indien een persoon niet bij Zorg en Zekerheid maar elders aanvullend is verzekerd en niet eerder is gewezen op de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering, dan is de hoogte van de bijzondere bijstand gelijk aan de eigen bijdrage na aftrek van de (eventuele) vergoeding van zijn verzekeraar.
Verplichting
Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om binnen 4 weken na toekenning bewijs te overleggen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt. Dit indien de kosten niet voorafgaand aangetoond en geverifieerd kunnen worden. Voorts wordt gewezen op de gemeentelijke collectieve zorgverzekering als voorliggende voorziening.
Draagkracht (uitzondering)
De inkomensgrens wordt gesteld op maximaal 120% de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het eigen huis wordt bij het bepalen van het vermogen buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Eigen bijdrage Wmo-maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Zoeterwoude 2026