**1..** Uitgangspunt is dat de jeugdige en/of ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder.
**2..** Ook een afstand van minder dan 10 kilometer naar de jeugdhulplocatie wordt gezien als behorend tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en of de ouders om zelf het vervoer te regelen;
**3..** Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. Er moet dus een indicatie voor een individuele voorziening jeugdhulp zijn;
**4..** Een vervoersvoorziening wordt niet verstrekt als aparte voorziening, als er bij de indicatie individuele voorziening een SPIC wordt afgegeven waar de vervoersvoorziening als onderdeel is opgenomen in de individuele voorziening.
**5..** Een vervoersvoorziening wordt alleen aan de jeugdige toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een medische noodzaak dan wel een beperking in de zelfredzaamheid is, die inzet van deze voorziening noodzakelijk maakt.
**6..** Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 4.6, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen.
**7..** Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.
**8..** Als er een andere regeling of voorziening vanuit een andere wetgeving mogelijk is waarvan de jeugdige gebruik kan maken, dan is deze voorliggend op de toekenning jeugdwetvervoer.
**9..** Als aan bovengenoemde criteria is voldaan, bepaalt het college welke vorm van vervoersvoorziening het meest passend is
**10..** De volgende vormen worden onderscheiden op volgorde van afweging:
Een vergoeding openbaar vervoer, indien de jeugdige zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken;
Een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding indien door de ouders wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is om zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken en de jeugdige dit ook niet binnen afzienbare tijd kan leren;
Aansluiting bij reeds bestaande vervoersbewegingen (aangepast vervoer) in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning of het leerlingenvervoer binnen (aanvullende) afspraken met het betreffende vervoersbedrijf voor zover dit mogelijk blijkt na onderzoek van de gemeente;
Een kilometervergoeding indien de ouders of iemand uit het sociaal netwerk de jeugdige zelf vervoeren of laten vervoeren op basis van een vastgesteld tarief van € 0,23 per kilometer van toepassing op het aantal kilometers bij meer dan 10 kilometer enkele reis;
Aangepast vervoer (taxivervoer) indien voorgaande mogelijkheden niet tot de opties behoren;
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.7.
Criteria voor de beoordeling aanvraag Jeugdwetvervoer
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Wormerland 2026