Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; groepsaccommodatie: een accommodatie met minimaal twintig slaapplaatsen die bestemd is voor en overwegend gebruikt wordt als verblijf voor groepen personen waarbij het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten en slaapzalen centraal staat; kampeerboerderij: gebouwen deel uitmakend van een agrarisch bedrijf dan wel een voormalig agrarisch bedrijf waarin gelegenheid wordt gegeven tot het houden van vakantie en andere recreatieve doeleinden; kampeerterrein: terrein of terreingedeelte, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele onderkomens, vakantieonderkomens en/of stacaravans geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf; arrangement: periodes in het belastingjaar zoals weergegeven in artikel 6, lid 3 en 4; maand: een aaneengesloten tijdvak van ongeveer 30 dagen; georganiseerde jeugdbeweging: een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard. Hieronder worden mede scholen begrepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel