Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;
reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, cijfers, tekens of kleuren of een combinatie daarvan, dan wel een reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg;
reclamevoorwerp: een voorwerp, waarmee beoogd wordt reclame te maken dan wel aandacht te trekken van het publiek voor een product, een dienst of een bedrijf;
Onroerende zaak: de onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ, die geheel of gedeeltelijk niet tot woning dient;
Openbare weg: een verharde, dan wel onverharde weg, een pad, plein of een andersoortige ruimte die voor iedereen toegankelijk is, al dan niet met beperkingen zoals openingstijden of toegangsvoorwaarden.
Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;
waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar waarin het belastingtijdvak, als bedoeld in artikel 8, aanvangt, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde.
Artikel 1.
Definities
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Westerkwartier 2026