Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Schiedam 2025

In deze verordening wordt aanvullend op de definities in het BBV verstaan onder: Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Schiedam en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. BBV: het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. College: het college van burgemeester en wethouders. Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Schiedam. Gemeentegarantie: een besluit om een borgtocht van de gemeente af te geven voor de juiste betaling van rente en aflossing van door een derde opgenomen geldlening. Investering: een geactiveerde uitgave zoals gedefinieerd in de Nota investeren, waarderen en afschrijven. Investeringskrediet: een door de raad geautoriseerd bedrag wat als investering zal worden geactiveerd in de balans. Open-einde-regeling: Regeling die personen of organisaties recht geeft op een bijdrage van de gemeente indien zij voldoen aan bepaalde criteria. Het aantal gebruikers ervan is niet gelimiteerd waardoor ook de uitgaven niet gelimiteerd zijn. Programma: een samenhangend geheel van activiteiten als zodanig door de raad bepaald om maatschappelijke effecten te bereiken en waaraan middelen zijn gekoppeld. Rechtmatigheid: het overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving van het tot stand komen van de (financiële) beheershandelingen van baten en lasten alsmede de balansmutaties en de vastlegging daarvan. Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Revolverend fonds: een fonds waaraan de gemeente tijdelijk financiële middelen beschikbaar stelt voor een bepaald doel en waaruit geldleningen aan derden kunnen worden verstrekt. Rente en aflossing vloeien terug in het fonds en kunnen opnieuw voor uitlening worden benut. Risicoreserve: het deel van de algemene reserve dat bestemd is om geïnventariseerde risico’s te dekken. Solvabiliteitsratio: deze ratio geeft de verhouding van het eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. Systeemreserve: bij dit soort door de raad aangewezen reserves worden individuele mutaties die het gevolg zijn van de toepassing van het bestaande beleid niet afzonderlijk vooraf door de raad geautoriseerd, maar achteraf via verantwoording in de jaarstukken. Taakveld: eenheid waarin programma’s zijn onderverdeeld zoals (limitatief) is vastgesteld in de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking van informatie voor derden. Team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel