Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11.

Artikel 11.1.

Geldigheidsduur

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2026

De beschikking voor een voorziening in de vorm van een dienst (bijvoorbeeld een maatwerkarrangement of een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning) wordt in principe voor onbepaalde tijd afgegeven. Rekening houdend met de beperkingen van de inwoner en de mogelijkheid dat de beperkingen kunnen wijzigen bestaat de mogelijkheid om een kortere geldigheidsduur vast te stellen. De beschikkingsduur wordt afgestemd op de situatie van de cliënt en de aard van de voorziening. Op het moment van indicatiestelling wordt in overleg met de inwoner afgestemd of en hoe vaak tussentijds contact opgenomen wordt met de inwoner om de periodieke evaluatie te bespreken. Dit gebeurt minimaal eens per vijf jaar. Bij een beschikking voor bepaalde tijd vindt tegen het einde van de beschikkingstermijn een herindicatie plaats conform artikel 2.3.9. van de Wet. Afhankelijk van de situatie van de cliënt en de aard van de voorziening kan een indicatie ook voor onbepaalde tijd worden afgegeven wanneer: De aard van de beperkingen en de leerbaarheid van de cliënt dusdanig zijn dat de verwachting is dat zich hier geen veranderingen in zullen voordoen; De woonomstandigheden en de samenstelling van het huishouden van de cliënt naar verwachting stabiel zijn; De aard van de aangevraagde voorziening zich leent voor een langere indicatieduur (in principe niet mogelijk bij Wonen met ondersteuning). De beschikking wordt eerder dan de benoemde einddatum voor Wmo ondersteuning beëindigd: Als het resultaat van de ondersteuning is bereikt; Bij overlijden, verhuizing buiten Leiden of verblijf van drie maanden of meer in het buitenland; Als sprake is van een opname van drie maanden of langer in een ziekenhuis, revalidatiecentrum of zorginstelling; ls de inwoner is vastgezet in de gevangenis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel