Bij een persoonsgebonden budget hoort ook het beheren van het budget. Er moet een scheiding aanwezig zijn tussen de budgetbeheerder en de uitvoerende zorgverlener. De zorginstelling of uitvoerende zorgverlener mag niet de financiën rond het persoonsgebonden budget beheren om belangenverstrengeling te voorkomen. De budgethouder, of als er een budgetbeheerder is die de persoonsgebonden budget zaken regelt, is financieel verantwoordelijk.
Om de maatwerkvoorziening toegewezen te kunnen krijgen vanuit een persoonsgebonden budget, moet de inwoner of zijn vertegenwoordiger pgb-vaardig zijn. Het oordeel van het college is hierin leidend.
Gekeken wordt naar de vaardigheden om de volgende taken uit te voeren:
Het overzien van de eigen situatie en een duidelijk beeld hebben van de zorgvraag.
Weten welke regels er horen bij een pgb of weten waar deze te vinden.
Een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden.
Beschikken over voldoende financieel inzicht om de eigen pgb situatie te begrijpen.
Communiceren met de gemeente, de Sociale verzekeringsbank (SVB) en zorgverleners.
Zelfstandig zorgverleners kiezen en zelfstandig het budgetformulier invullen.
Zelfstandig handelen, afspraken maken en afspraken vastleggen.
Beoordelen of de zorg uit het pgb passend en kwalitatief goed is.
Zelf de zorg regelen met 1 of meer zorgverleners.
Het aansturen van de zorgverlener(s) en deze aanspreken op hun functioneren.
Het hebben van voldoende (juridische) kennis over werk- en opdrachtgeverschap of weten waar deze kennis te vinden.
Om bovenstaande vaardigheden te toetsen kan het Sociaal Team Zoeterwoude kiezen de inwoner een pgb-zelftest te laten invullen. De zelftest vormt een middel om in gesprek te gaan over de wenselijkheid van het persoonsgebonden budget als financieringsvorm en de plichten die hieraan verbonden zijn.
Wanneer de budgethouder zelf niet in staat wordt geacht de regie over het pgb te voeren, kan het beheer bij een bekwaam ander persoon (bijvoorbeeld via het sociaal netwerk dan wel via een bewindvoerder, mentor of gemachtigde), worden ondergebracht. De budgetbeheerder (in de vorm van een bewindvoerder, mentor of gemachtigde) en de zorgverlener moeten in het geval van een persoonsgebonden budget te allen tijde een Verklaring omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen. De kosten voor het aanvragen van de VOG zijn voor rekening van de hulpverlener.
Hoofdstuk 12.
Artikel 12.2.
Beheer persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2026