Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.7.

Afstemming met de Wet langdurige zorg (Wlz)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2026

Het college is verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van inwoners tot aan het moment dat een inwoner een indicatie (afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg) heeft voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Wanneer een inwoner een Wlz-indicatie heeft, betekent dit dat is vastgesteld dat de inwoner vanwege beperkingen als gevolg van bijvoorbeeld ziekte of handicap blijvend permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid nodig heeft. De zorgplicht behorend bij een Wlz-indicatie is belegd bij de aan zorgverzekeraars verbonden zorgkantoren. Indien een inwoner een Wlz-indicatie heeft of daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, is het college, niet verplicht een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 te treffen. Het college kan deze maatwerkvoorziening in dat geval weigeren of beëindigen. Bij het beëindigen van een Wmo voorziening wordt rekening gehouden met een overgangstermijn naar het zorgkantoor van maximaal 5 dagen na ingang van de Wlz-indicatie. Afwijkingen ten aanzien van bovenstaand beleid zijn: Vervoersvoorzieningen (als bedoeld in hoofdstuk 10): Deze worden voor inwoners met een Wlz-indicatie wel vanuit de Wmo verstrekt; Woningaanpassingen voor inwoners die met een Wlz-indicatie thuis wonen: Deze voorzieningen vallen ook onder de Wmo; Hulpmiddelen (zoals een rolstoel, scootmobiel of aangepaste fiets) voor inwoners die in een Wlz-instelling wonen en voordat zij verhuisden naar de Wlz-instelling al een hulpmiddel verstrekt door de gemeente (vanuit de Wmo) hadden: De gemeente blijft verantwoordelijk voor de huur en het onderhoud van het hulpmiddel totdat het hulpmiddel om technische redenen moet worden vervangen. Na die termijn vervalt de verstrekking via de Wmo en neemt het zorgkantoor de zorg voor het hulpmiddel vanuit de Wlz over. Huishoudelijke ondersteuning voor inwoners die met een Wlz-indicatie thuis wonen: Huishoudelijke hulp vanuit de Wmo kan bij uitzondering ingezet worden als bij een meerpersoonshuishouden blijkt dat er meer hulp in het huishouden nodig is dan vanuit de Wlz ingezet wordt voor de persoon met een Wlz-indicatie. Een uitgebreide afbakening tussen Wmo en Wlz is opgenomen in bijlage 2 van de beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel