Huishoudelijke ondersteuning kent het onderscheid tussen de intensiteiten Licht, Midden en Zwaar. De benodigde intensiteit wordt bepaald aan de hand van de ondersteuningsbehoefte van een inwoner. De basisintensiteit is huishoudelijk ondersteuning Licht.
Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt gebruikgemaakt van het landelijk normenkader (bijlage 4). In dit normenkader wordt onderscheid gemaakt tussen basis en incidentele werkzaamheden.
Het college bepaalt niet vooraf hoeveel uur hulp een inwoner krijgt. Samen met de aanbieder kijkt de inwoner hoe het resultaat 'Schoon en leefbaar huis' het beste bereikt kan worden. Er wordt daarbij rekening gehouden met wat iemand zelf kan doen of wat een huisgenoot kan uitvoeren in het huishouden (zie daarvoor ook artikel 4.2 Gebruikelijke hulp en bijlage 3). Dit wordt in de beschikking en in de afspraken met de aanbieder opgenomen.
Huishoudelijke ondersteuning wordt resultaatgericht ingezet. “Hoe” de resultaten het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de zorgaanbieder in overleg met de inwoner. Hierbij wordt ook gekeken welke werkzaamheden de inwoner zelf nog kan uitvoeren (of het sociaal netwerk). Afspraken hierover leggen de inwoner en de zorgaanbieder vast in een ondersteuningsplan. Daar waar inwoner en zorgaanbieder niet gezamenlijk tot een plan/overeenkomst kunnen komen, zal de gemeente betrokken worden om in goed overleg met partijen tot een werkbare oplossing te komen.
Huishoudelijke ondersteuning Licht
De te behalen resultaten zijn het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning.
Inwoners hebben een lichtere ondersteuningsbehoefte dan de gemiddelde cliëntsituatie zoals beschreven in het normenkader Huishoudelijke ondersteuning bij intensiteit Midden (zie bijlage 4). Inwoners hebben door beperkingen ondersteuning nodig bij sommige (zwaardere) huishoudelijke taken, maar kunnen zelf en/of met behulp van hun netwerk nog in bepaalde mate en langdurig bijdragen aan de huishoudelijke werkzaamheden.
Daar waar bij intensiteit Midden wordt uitgegaan van een frequentie van huishoudelijke ondersteuning van één maal per week geldt voor intensiteit Licht een frequentie van om de week.
Bij de volgende situaties kan de intensiteit Licht worden ingezet:
Inwoner kan nog in voldoende mate bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken om bepaalde lichte en zware huishoudelijke taken zelf te doen, inclusief wasverzorging, eventueel in etappes. Bovendien kan inwoner nog overzien welke taken er uitgevoerd moeten worden om een schoon huis te kunnen bereiken en kan daadwerkelijk zelf tot actie komen, waardoor er voor enkele zwaardere werkzaamheden professionele ondersteuning nodig is.
Inwoner kan momenteel bepaalde activiteiten nog niet of niet meer uitvoeren, maar is hier wel leerbaar op. Mogelijk door het aanleren van de activiteiten op een andere manier, passend bij de beperkingen van de cliënt.
Het netwerk van de cliënt draagt bij aan meerdere (lichte en zware) huishoudelijke taken (inclusief wasverzorging), waardoor er voor enkele zwaardere werkzaamheden professionele ondersteuning nodig is.
Huishoudelijke ondersteuning Midden
De te behalen resultaten bij het inzetten zijn het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning en het optioneel verzorgen van de was en/of regie voeren over het huishouden.
Huishoudelijke ondersteuning Zwaar
De te behalen resultaten zijn het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning en het optioneel verzorgen van de was en/of regie voeren over het huishouden. Inwoners hebben door eigen beperkingen of door de samenstelling van het huishouden daarnaast een veel grotere ondersteuningsbehoefte. Er is sprake van verzwarende omstandigheden die leiden tot extra vervuiling of die vragen om een hoger hygiëneniveau, waardoor meer inzet nodig is. Ook de inzet van wasverzorging kan intensiever zijn dan bij het product Midden.
Voorbeelden van verzwarende omstandigheden kunnen zijn (niet limitatief):
Als door gevolg van rolstoelgebruik, bedlegerigheid, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren of besmet wasgoed (bijv. bij chemokuur), een hogere frequentie van schoonmaken en/of wassen nodig is om vervuiling te voorkomen.
Als door ernstige klachten als gevolg van huisstofmijtallergie, astma, longemfyseem of COPD een hoger hygiëneniveau en hogere frequentie van schoonmaken nodig is.
Als inwoner door ernstige beperkingen door reuma, spasticiteit, verlamming of amputatie niet in staat is om de woning dagelijks op orde te houden (aanrecht schoonmaken, algemeen opruimen, etc.) en dit een hogere frequentie van schoonmaken noodzakelijk maakt.
Als vanwege de aanwezigheid van drie of meer kinderen onder de 12 jaar een hogere frequentie van schoonmaken nodig is.
Inwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om de factoren die leiden tot een hogere frequentie weg te nemen (zie ook artikel 5.2). Het kan daarbij gaan om roken door cliënt of eventuele huisgenoten, het aantal en de grootte van de meubels, de aanwezigheid van veel kleine spullen of het hebben van huisdieren. Als de aanwezigheid van huisdieren tot vervuiling van de woning leidt zal de zorgconsulent daarover het gesprek met de inwoner aangaan. De huishoudelijke hulp heeft de taak alert te zijn op verwaarlozing van huisdieren. In deze situaties is er (in principe) geen sprake van verzwarende omstandigheden. Per situatie zal echter beoordeeld worden of er in dat specifiek geval sprake is van verzwarende omstandigheden en daarmee een toekenning voor de intensiteit Zwaar nodig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4.
Intensiteiten maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2026