Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.3.

Specialistische voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2026

Er zijn verschillende specialistische ondersteuningsvormen te onderscheiden: Specialistische woonvoorzieningen Traject woonbegeleiding ouder-kind Traject woonbegeleiding na verslavingsbehandeling Beschermd wonen thuis Ad 1. Specialistische voorzieningen Een inwoner komt in aanmerking voor een specialistische woonvoorziening als: De inwoner vanwege de ernst of grilligheid van de problematiek aangewezen op 24/7 aanwezig toezicht en/of 24/7 oproepbaarheid van ondersteuning is. Er een ernstig vermoeden van een psychische aandoening of diagnostiek rondom een psychische aandoening aanwezig is. De diagnose en/of psychosociale problemen zijn vastgesteld door een specialist (BIG geregistreerd) op het gebied van GGZ. Naast GGZ-problematiek is er sprake van één of meerdere bijkomende problematiek, namelijk: verslaving; gedrag (agressie, grensoverschrijdend gedrag); (Licht)Verstandelijke beperking; somatiek. Inwoners die aangewezen zijn op specialistische woonvoorzieningen verblijven hier naar verwachting 1 jaar of meerdere jaren. Daarna stromen zij uit naar een lichtere vorm van wonen met ondersteuning of naar ambulante ondersteuning op lokaal niveau of naar Ondersteuning met wonen op basis van een Wet langdurige zorg GGZ-indicatie. Specialistische woonvoorzieningen kunnen zowel op basis van scheiden wonen en zorg als intramuraal worden bekostigd. Woonvoorzieningen voor éénouder gezinnen, waarbij bij de ouder sprake is van GGZ-problematiek al dan niet in combinatie met een licht verstandelijke beperking, vallen ook onder de specialistische woonvoorzieningen. Ad 2. Traject woonbegeleiding ouder-kind Het traject woonbegeleiding ouder-kind omvat kortdurende trajectondersteuning met wonen aan (jong)volwassen die zwanger zijn of jonge kinderen hebben en bij wie sprake is van problematiek op het gebied van GGZ, al dan niet in combinatie met een licht verstandelijke beperking en die vanwege hun persoonlijke problematiek niet in staat zijn zelfstandig te wonen. Afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte is 24-uurs oproepbare of 24-uurs aanwezige ondersteuning. Traject woonbegeleiding ouder-kind heeft een duur van minimaal drie maanden en maximaal anderhalf jaar, waarna uitstroom naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding of naar een meer langdurige vorm van wonen met ondersteuning (specialistische of subregionaal/ lokaal) mogelijk is. Traject woonbegeleiding ouder kind kan zowel op basis van scheiden wonen en zorg als intramuraal worden bekostigd. Ad 3. Traject woonbegeleiding nar verslavingsbehandeling Het traject woonbegeleiding na verslavingsbehandeling omvat kortdurende trajectbegeleiding aan inwoners met problematiek op het gebied van GGZ al dan niet in combinatie met een licht verstandelijke beperking, die na het volgen van een detox-traject in een verslavingskliniek, niet in staat zijn zelfstandig te gaan wonen met ambulante begeleiding. Zij zijn aangewezen op een nazorgtraject in geclusterde setting gericht op het omgaan met hun verslavingsgevoeligheid. Er is altijd sprake van meer problematiek dan enkel verslaving. Cliënten verblijven in dit type woonvoorziening met het doel weer zelfstandig te kunnen functioneren in de samenleving. Zij stromen uit naar zelfstandig wonen of een reguliere vorm van wonen met ondersteuning. Na een half jaar vindt er een evaluatie plaats, onder andere om te bespreken of er al is nagedacht over vervolghuisvesting. Traject woonbegeleiding na verslavingsbehandeling wordt primair in de vorm van scheiden wonen en zorg bekostigd. Traject woonbegeleiding na verslavingsbehandeling is altijd tijdelijk (bij voorkeur niet langer dan één jaar). De noodzakelijke indicatieduur wordt door het regionaal team Maatschappelijke Zorg vastgesteld. Indicaties voor dit traject worden niet met terugwerkende kracht verstrekt. Ad 4. Specialistisch wonen thuis Een klein aantal (bestaande) cliënten vult Specialistisch wonen thuis in. Er is 24-uurs zorg nodig, maar dat wordt in de thuissituatie ingezet. In uitzonderlijke situaties kan ervoor worden gekozen om Specialistisch wonen thuis in te zetten: In het geval cliënten groepsongeschikt zijn; In het geval dat er geen reguliere Beschermd wonen voorziening beschikbaar is waar passende ondersteuning geboden kan worden, ook niet buiten de regio; In het geval cliënten zo lang op een plek in een reguliere Beschermd wonen instelling moeten wachten dat hun problematiek zal verslechteren en/of er is zodanig veel ondersteuning nodig dat dit de overbruggingszorg ver te boven gaat. Indicaties voor Specialistisch wonen thuis worden voor één jaar afgegeven. Daarna moet er een herindicatie worden aangevraagd. Uitgangspunt blijft altijd dat iemand op een wachtlijst voor een reguliere Wonen met ondersteuning-voorziening komt. Er dienen dan ook doelen te worden opgesteld om te werken aan de mogelijkheid om in een reguliere Wonen met ondersteuning-voorziening te kunnen functioneren. Na zes maanden vindt er een evaluatie van deze doelen plaats. Verder zijn de reguliere voorwaarden van Wonen met ondersteuning van toepassing bij het indicatieproces. De zorg wordt geleverd vanuit een persoonsgebonden budget. Dit moet door meerdere professionals worden uitgevoerd. In sommige situaties is het noodzakelijk dat een deel van de zorg door een non-professional wordt uitgevoerd. Dit wordt per cliënt bekeken en beoordeeld. In dit geval dient minimaal 10% van de zorg te worden geleverd door een professional. De ondersteuning rondom de cliënt dient gecoördineerd te worden door een professional uit de hulpverlening. Deze coördinator zorgt dat de ondersteuning die de cliënt ontvangt op elkaar is afgestemd en is een aanspreekpunt voor de consulenten en andere hulp/zorgverleners. De cliënt kan zelf een coördinator aandragen of de consulent kan een coördinator zoeken. Een externe coördinator die geen actieve rol heeft in de zorg van de cliënt is ook een mogelijkheid, maar deze zal moeten worden betaald vanuit het beschikbare budget.

Rechtspraak bij dit artikel