Het college verleent subsidie indien aan elk van de volgende
beoordelingscriteria wordt voldaan:
Uit het bouwkundige inspectierapport als bedoeld in
artikel 1.5, derde lid, onder d blijkt dat het
monument of het betreffende onderdeel van het
monument in matige of slechte kwaliteit
verkeert;
de kosten van de voorzieningen staan in redelijke
verhouding tot het te bereiken kwaliteitsniveau en
de waarde van het monument;
het plan is sober en doelmatig;
het monument moet na het treffen van de
voorzieningen (onderhoud- of
restauratiewerkzaamheden) naar het oordeel van het
college voldoet aan redelijke eisen, die vanuit het
oogpunt van een zorgvuldige monumentenzorg kan
worden gesteld.
Het college verleent géén subsidie indien:
er is begonnen met de werkzaamheden vóórdat op de
aanvraag om verlening van subsidie is beslist;
de met controle belaste personen op de door die
personen te bepalen tijdstippen geen toegang wordt
verleend tot het pand en/of geen gelegenheid wordt
geboden tot het controleren van de gegevens
betrekking hebbende op de getroffen
voorzieningen;
de kosten van de restauratie of het onderhoud op
grond van een verzekering gedekt worden of op derden
verhaald kunnen worden;
de voor het verrichten van de activiteiten de
noodzakelijke vergunningen niet zijn verleend;
de subsidiabele kosten van de te verrichten
werkzaamheden minder bedragen dan €250,-;
de geplande werkzaamheden niet in redelijke
verhouding staan tot het te verkrijgen
resultaat;
Hoofdstuk
Artikel 1.7
Beoordelingscriteria
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Teylingen