Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter stelt een lid van de raad, de raadscommissie of het college, dat het woord voor een persoonlijk feit verlangt, in de gelegenheid een beknopte aanduiding van dat feit te geven. 2.. Een persoonlijk feit moet betrekking hebben op een bejegening van een lid tijdens de vergadering, die als kwetsend of schadelijk wordt ervaren. 3.. De beslissing of iets een persoonlijk feit is, wordt door de voorzitter genomen.

Rechtspraak bij dit artikel