Naar hoofdinhoud
1.. Inwoners kunnen in een raadsvergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2.. Inwoners kunnen in een oordeelsvormende commissievergadering het woord voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen die het beleidsterrein van de raadscommissie betreffen. 3.. De voorzitter bepaalt of een inspreker het woord krijgt bij het agendapunt ‘Spreekrecht inwoners’ of dat diens bijdrage wordt behandeld voorafgaand aan de inhoudelijke bespreking van het onderwerp of voorstel waarop diens inspraakreactie betrekking heeft. 4.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten, aanbevelingen of ontslag van personen; een klacht die op grond van het Klachtenprotocol dan wel een melding op grond van de Gedragscode kan of kon worden ingediend; ingekomen stukken; moties vreemd vermeld op de agenda van de raadsvergadering; een onderwerp waarover afgelopen 12 maanden al is ingesproken tijdens een vergadering van een raadscommissie of raad en niet van nieuwe feiten of omstandigheden is gebleken, zulks ter beoordeling door de voorzitter op voorspraak van de griffie of ambtelijke organisatie. 5.. Een inwoner die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk 12:00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Indien van toepassing, vermeldt hij namens welke organisatie hij wil komen inspreken. 6.. De maximumduur van het spreekrecht bedraagt 30 minuten. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 8.. Insprekers voeren het woord vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats. 9.. Het is de inspreker niet toegestaan om namen te noemen tijdens zijn spreektijd of op te nemen in een inspreektekst. De inspreker dient zich te beperken tot de inhoud. 10.. Na afloop van diens bijdrage krijgen deelnemers van de vergadering de gelegenheid om korte, verhelderende vragen te stellen aan de inspreker. Er vindt geen discussie plaats. 11.. In overleg met de inspreker kan diens inspraakreactie na de vergadering schriftelijk op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst. 12.. Tegen het afwijzen van het verzoek om in te mogen spreken bestaat geen mogelijkheid van bezwaar. 13.. Tijdens het inspreken is het toegestaan om beeld- en/of geluidsmateriaal te gebruiken. Dit materiaal dient direct bij aanmelding te worden aangeleverd bij de griffie. De voorzitter en griffier toetsen het aangeleverde materiaal op goede zeden en respectvol beeld.

Rechtspraak bij dit artikel