Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen moties – via de griffier – in bij de voorzitter. Dit gebeurt digitaal met gebruikmaking van het daarvoor opgestelde format. 2.. Raadsleden kunnen een motie indienen bij een onderwerp of voorstel dat op de agenda staat. De behandeling ervan vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het betreffende overwerp of voorstel. 3.. Een motie over een op de agenda vermeld onderwerp of voorstel wordt alleen in behandeling genomen als: deze in principe vóór 16:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering is ingediend; er gehoord de beraadslagingen, aanleiding is om een aangepaste of nieuwe motie ter vergadering in te dienen, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 4.. Raadsleden kunnen een motie indienen over een niet op de agenda opgenomen onderwerp of voorstel. De behandeling van een dergelijke ‘motie vreemd’ vindt in de regel plaats bij het gelijkluidende agendapunt. 5.. Een motie vreemd wordt alleen in behandeling genomen als: deze vóór 16:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering is ingediend; de inhoud ervan betrekking heeft op een actueel onderwerp, waarvan de behandeling niet kan worden uitgesteld tot de raadscommissie en/of waarvoor geen ander instrument bestaat om het aan de orde te stellen, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 6.. In afwijking van het onder a van zowel het derde als vijfde lid bepaalde, kunnen moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen ook buiten de genoemde termijn worden ingediend. Moties worden in beginsel direct gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. Dit is niet van toepassing op moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen. Deze worden pas gepubliceerd wanneer deze in de vergadering worden behandeld. 7.. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die (mede-)ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn. 8.. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. 9.. Een motie wordt geacht te zijn vervallen indien deze niet in stemming is gebracht in de eerstvolgende vergadering nadat deze op initiatief van de indiener(s) is aangehouden. 10.. Een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen kan niet worden aangehouden. 11.. Een motie waar een stemming over heeft plaatsgevonden kan niet opnieuw worden ingediend, tenzij de stemming meer dan 12 maanden geleden heeft plaatsgevonden of er naar het oordeel van de voorzitter ontwikkelingen of omstandigheden zijn die het indienen van dezelfde motie of een motie van gelijkluidende strekking rechtvaardigen. 12.. Voordat het college of de burgemeester een bestuurlijke reactie geeft op een motie, vraagt de voorzitter eerst een feitelijke technische reactie op de uitvoerbaarheid van de motie.

Rechtspraak bij dit artikel