Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5.

Wijze van subsidiëren, subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2026

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een incidentele subsidie verstrekken voor activiteiten met een incidenteel karakter. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen een jaarlijkse subsidie verstrekken voor activiteiten met een in beginsel structureel karakter. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen een meerjarige subsidie verstrekken aan organisaties die beschikken over een meerjarig werkplan of activiteitenprogramma dat naar oordeel van het college voldoende aansluit op de meerjarige gemeentelijke beleidsdoelstellingen. 4.. Een meerjarige subsidie kan, met inachtneming van het begrotingsvoorbehoud, voor een periode van maximaal vier jaar verstrekt worden. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 8.. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 9.. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Rechtspraak bij dit artikel