Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.10

Artikel 2.10.4

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene verordening gemeente Eijsden-Margraten

1.. De burgemeester kan in het belang van: de openbare orde; het voorkomen of beperken van overlast; het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat; de veiligheid van personen of goederen, of de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om zich gedurende ten hoogste 24 uur in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste één keer een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in het eerste lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan vergunning verlenen om af te wijken van een bevel. 4.. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5.. Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel