De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een binnen de gemeente voormalige agrarische bedrijfswoning en/of geurgevoelig object die na 18 maart 2000 heeft of hebben opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, bedraagt:
binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter;
buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter.
De afstand wordt gemeten overeenkomstig het bepaalde in het Bal.
Hoofdstuk 3.7
Artikel 3.7.2
Waarden voor ou-dieren
Onderdeel van Algemene verordening gemeente Eijsden-Margraten