Definitie reststrook
Er is in het algemeen sprake van een reststrook als:
de grond in eigendom is van de gemeente en;
(een gedeelte van) de gemeentegrond geen of een beperkte functionele waarde meer heeft voor het openbaar gebruik en;
de gemeentegrond direct grenst aan een particulier woon- of bedrijfsperceel en;
het relatief kleine stukken grond (< 250 m²) betreft.
Deze grond wordt ook wel snippergroen genoemd of betreffen (een gedeelte van) groenstroken. In deze nota wordt gemakshalve gesproken over reststroken.
Indien sprake is van een reststrook, zal de gemeente Leudal op basis van criteria toetsen of deze kan worden verkocht. Deze criteria zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
Juridisch kader
De verkoop van gronden is een privaatrechtelijke rechtshandeling. De beslissingsbevoegdheid om al dan niet tot verkoop over te gaan berust op grond van artikel 160 lid 1 sub d. van de Gemeentewet bij het college van burgemeester en wethouders. De bevoegdheid tot ondertekening van de koopovereenkomst en notariële leveringsakte (vertegenwoordigingsbevoegdheid) is daarentegen voorbehouden aan de Burgemeester ingevolge artikel 171 lid 1 van de Gemeentewet.
Daarnaast kan het zijn dat deze bevoegdheden – als gevolg van een mandaatbesluit of verleende volmacht - ook lager in de organisatie rusten, zonder dat sprake is van overdracht van bevoegdheden. De mandaat- c.q. volmachtgever blijft tevens zelf bevoegd.
In Leudal zijn mandaat en volmacht geregeld in o.a.:
Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Leudal d.d. 23 maart 2021;
Besluit ondermandaat gemeentesecretaris/algemeen directeur-afdelingshoofden d.d. 16 november 2021;
Besluit ondermandaat afdelingshoofd Ruimte – teamleider Ruimtelijk Beheer d.d. 23 maart 2021.
Als gevolg hiervan zijn zowel het afdelingshoofd Ruimte als de teamleider Ruimtelijk Beheer bevoegd om al dan niet tot verkoop te besluiten, alsook om koopovereenkomsten en notariële aktes hiertoe te ondertekenen.
De beslissing om al dan niet tot verkoop van een reststrook over te gaan is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Bij een besluit om de grond niet te verkopen wordt dit opgenomen in de afwijzingsbrief.
Op het privaatrechtelijk handelen van de gemeente zijn de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing. Op het gebied van grondtransacties dient in het bijzonder rekening te worden gehouden met het gelijkheidsbeginsel en de zgn. Didam-arresten van de Hoge Raad. Hierover verderop meer.
Terughoudendheid met verkoop
Elke strook grond in de openbare ruimte heeft een functie, zoals groen of verkeer. In de openbare ruimte heeft de gemeente te maken met verschillende actuele ontwikkelingen. Denk hierbij aan ontwikkelingen voor het creëren van een klimaatbestendige woonomgeving, het plaatsen van elektrische laadpalen en ontwikkelingen in het kader van de energietransitie voor de boven- en ondergrondse infrastructuur. Voor deze ontwikkelingen is ruimte en dus grond in de openbare ruimte nodig.
In de Nota verkoop reststroken uit 2012 werden inwoners nog actief gestimuleerd om door middel van tijdelijk lagere verkoopprijzen reststroken te kopen (ja, tenzij). Inmiddels zijn veel reststroken verkocht en door actuele ontwikkelingen dient de gemeente terughoudend te zijn met de verkoop van reststroken (nee, tenzij). Deze terughoudendheid is opgenomen in de toetsingscriteria. Aan de hand van de toetsingscriteria uit hoofdstuk 3 wordt getoetst of wordt voldaan aan de eisen om een reststrook te verkopen.
Mededingingsruimte i.h.k.v. het “Didam-arrest”
Sinds het bekende “Didam-arrest” van de Hoge Raad in november 2021 mag de gemeente een verzoek tot aankoop van een reststrook (voor zover er geen andere belemmerende factoren zijn) niet zomaar honoreren. Eén-op-één contracten zijn volgens de Hoge Raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel en deze zijn om die reden niet toegestaan. Slechts in uitzonderlijke situaties, wanneer op basis van objectieve, redelijke en toetsbare criteria bij voorbaat aannemelijk is dat er sprake is van slechts één serieuze gegadigde, kan de keuze worden gemaakt een één-op-één contract aan te gaan. Bij het bepalen van deze criteria heeft de overheid een ruime mate van beleidsvrijheid. Het zijn van “aangrenzende eigenaar” bij de verkoop van reststroken is zo’n objectief, redelijk en toetsbaar criterium, op basis waarvan sprake kan zijn van slechts één serieuze gegadigde.
Verkoop reeds verhuurde/in bruikleen gegeven grond
In zijn algemeenheid is de stap naar verkoop van reststroken kleiner op het moment dat gemeentegrond al jarenlang middels een overeenkomst wordt verhuurd of in bruikleen is gegeven. Meestal is de grond dan bij de tuin getrokken bij de betreffende woning en is er geen sprake meer van openbaar groen.
De ruimtelijke impact op de omgeving is dan ook kleiner en niet zichtbaar.
Is het voor de gemeente niet wenselijk om de grond te verkopen, dan is het eventueel wel mogelijk voor de inwoner om de grond te (blijven) huren.