Naar hoofdinhoud

Artikel 11

INTREKKEN VAN DE VERGUNNING

Onderdeel van Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwa­gens

Het college van burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot het verlenen van de vergunning wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de verlengde termijn worden ingetrokken, of de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te zullen maken, of gebleken is van onjuistheid van de door aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens, of de vergunninghouder in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel