**1..** Als de jeugdige of zijn ouder(s) een individuele voorziening in de vorm van een pgb wenst, wordt getoetst of de budgethouder voldoende in staat is om op eigen kracht, of met behulp van een budgetbeheerder (maximaal 1):
zijn eigen belangen te behartigen; en
de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
**2..** De toets volgens lid 1 wordt uitgevoerd aan de hand van het gesprek als bedoeld in artikel 5 van de verordening en/of het ingevulde pgb-plan.
**3..** Toetsing van de vaardigheden vindt plaats volgens artikel 16 van de verordening.
**4..** Als de jeugdige of zijn ouder(s) kiest voor een budgetbeheerder, dan wordt bij het pgb-plan indien van toepassing een schriftelijke machtiging overlegt en een verklaring dat het beheer van de pgb op een verantwoorde wijze wordt uitgevoerd waarbij geldt in aanvulling op het derde lid dat de budgetbeheerder:
regelmatig contact heeft met de jeugdige of zijn ouder(s);
goed kan communiceren met de budgethouder; spreekt dezelfde taal;
meegaat naar de gesprekken met het CJG;
geen familie is van de hulpverlener, of van diens leidinggevende(n) of een meerdere van de zorgverlener;
maximaal vier andere budgethouders vertegenwoordigt;
niet zelf een budgethouder is;
niet zelf de hulpverlener van de budgethouder zijn, tenzij het gaat om de ouder(s) of voogd die als wettelijk vertegenwoordiger(s) van de minderjarige budgethouder zijn; en
niet uit het pgb betaald wordt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 10.
Pgb-vaardigheden
Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2026