Een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30d, tweede lid, van de Wet wordt verleend voor een periode van twaalf maanden.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.4
Vergunningperiode
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008