Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.15

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op de weg of op het terrein van een ander:a. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en het een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en het een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2. In afwijking van artikel 2.4.1.5, aanhef onder c. geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand. 3. In het eerste lid wordt verstaan onder.a. muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d. van de Regeling agressieve dieren;b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband die niet langer is dan 1,50 meter. 4. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel