Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.17.7

Inzetten sociaal netwerk of mantelzorgers

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Meppel 2026

Tot het sociaal netwerk worden gerekend personen uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Met dat laatste worden personen bedoeld met wie de inwoner regelmatig contacten onderhoudt, zoals mantelzorgers, buren, (mede) leden van een vereniging etc. Doelmatigheid Uitgangspunt bij uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning door het sociaal netwerk is dat er toegewerkt wordt naar een niveau waarin de inwoner met ondersteuningsvraag voldoende zelfredzaam is en voldoende kan participeren. Dat wil zeggen dat de inwoner mee kan doen aan de samenleving. Niet in alle gevallen is dat mogelijk, zoals bij dementerende ouderen. Indien het sociaal netwerk kan ondersteunen, kan de gemeente overwegen hiervoor een PGB te verstrekken. Een argument kan bijvoorbeeld zijn dat iemand uit het sociaal netwerk minder gaat werken om de benodigde hulp te kunnen bieden. De wetgever is van mening geweest dat inzet van het sociaal netwerk waardevol is, en zij acht het wenselijk dat vergoeding daarvan met een PGB beperkt blijft tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot minstens even goede en effectieve ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Het dient hierbij wel te gaan om boven gebruikelijke vormen van ondersteuning. De gemeente verstrekt geen PGB voor ondersteuning welke echtgenoten, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten elkaar naar algemeen aanvaarde opvattingen in alle redelijkheid geven, daarbij rekening houdend met de eventuele beperkingen van de huisgenoten. Afwegingskader De inzet van ondersteuning door een persoon/personen uit het sociaal netwerk dient te leiden tot minstens even goede en effectieve ondersteuning als de inzet van ondersteuning door een professional. Er dient geen ongewenste situatie door in stand gehouden te worden. De zorg die de persoon uit het sociaal netwerk verricht valt niet onder de gebruikelijke hulp die van de persoon verwacht wordt. Er dient sprake te zijn van bovengebruikelijke hulp. Bij het bepalen van de vraag of sprake is van bovengebruikelijke hulp, wordt rekening gehouden met de eventuele beperkingen van de persoon uit het sociaal netwerk. Het kan voorkomen dat een persoon met beperkingen reeds lange tijd gewend is om ondersteund te worden door personen uit zijn sociaal netwerk. Dit doet echter niet af aan bovenstaande. Vanuit de Wmo wordt maatschappelijke ondersteuning geboden, indien voorliggende oplossingen niet passend gebleken zijn. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat voorliggende oplossingen die door de inwoner als niet wenselijk beschouwd worden, niet per definitie betekenen dat deze niet tot een gewenst resultaat leiden. Hier dient een objectieve beoordeling aan ten grondslag te liggen. PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen De gemeente stelt de hoogte van het PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen vast aan de hand van de gemeentelijke prijsafspraken of offertes. De hoogte van een PGB wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Voor de hulpmiddelen wordt de offerte opgevraagd bij de leverancier waar de gemeente een contract mee heeft afgesloten. Bij aanvraag van een woonvoorziening mag vooraf gevraagd worden of men verhuisplannen heeft. Geeft iemand aan dat zeker niet van plan te zijn en men verhuist kort daarna (men stond al elders ingeschreven) dan is terugvordering mogelijk op basis van valselijk verstrekte gegevens. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven. PGB en Onderhoud Als er voor het maatwerk een PGB is verstrekt, zijn de kosten van keuring en onderhoud/reparatie in het PGB als instandhoudingkosten meegenomen. Zonder onderhoud wordt de economische afschrijvingstijd niet gehaald, dus wordt een onderhouds- en reparatiecontract van de inwoner met zijn leverancier (of onderhoudsbedrijf) verplicht gesteld. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het bedrag dat de gemeente Meppel heeft afgesproken met de leverancier van de gemeente. Als deze bedragen niet zijn vastgelegd dan wordt er 7% van de aanschafwaarde berekend. Voor de elektrische rolstoel en scootmobiel geldt tevens de verplichting om minimaal een WA-verzekering af te sluiten. De tegemoetkoming is niet per definitie volledig kostendekkend. Voor de kosten van geringe en/of dagelijkse reparaties en voor reparaties van schade ten gevolge van grove schuld of opzet wordt geen vergoeding verstrekt. Het college raadt PGB-klanten met een elektrische rolstoel of een scootmobiel tevens een verzekering tegen diefstal aan. Deze kosten zijn voor rekening van de inwoner en worden niet vergoed via de PGB. Bij diefstal of vandalisme of als geen onderhoud wordt uitgevoerd aan het hulpmiddel wordt binnen de termijn van het PGB geen nieuw hulpmiddel verstrekt. De inwoner krijgt van de gemeente jaarlijks een tegemoetkoming in de kosten voor onderhoud, service, reparatie en WA-verzekering. Deze tegemoetkoming wordt pas in het kalenderjaar na de aanschaf van het hulpmiddel verstrekt. Het eerste gebruiksjaar valt in de regel onder de garantieperiode van de leverancier. Indien de inwoner langer van het hulpmiddel gebruik wil maken dan de vermelde gebruiksduur (scootmobiel b.v. 7 jaar), dan kan dat. De gemeente blijft in dat geval na afloop van de gebruiksduur een jaarlijkse tegemoetkoming geven voor onderhoud, service en eventueel WA-verzekering. Na ontvangst van de beschikking heeft de inwoner 6 maanden de tijd om het hulpmiddel aan te schaffen. Hulpmiddelen in bruikleen Hulpmiddelen/maatwerk worden verstrekt in bruikleen. Het hulpmiddel valt terug aan de gemeente als: de inwoner verhuist naar een andere gemeente; de inwoner overlijdt; als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken; als de inwoner aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat het maatwerk niet meer voldoet; de inwoner geen verantwoording aflegt; de inwoner zijn PGB laat omzetten in zorg in natura. Verhuizing Bij verhuizing zal met de nieuwe gemeente worden onderhandeld over overname van het PGB voor onderhoud, service en eventueel verzekering. Overlijden van de inwoner Bij overlijden kunnen de nabestaanden kiezen voor: teruggave van hulpmiddel aan de gemeente, zonder vergoeding vanuit gemeente voor eventuele bijbetaalde meerkosten. Hierbij moet het middel wel redelijkerwijs opnieuw inzetbaar zijn voor de gemeente; of zelf het middel verkopen / inruilen bij leverancier of via verkoop aan derden. Opbrengst minus de vastgestelde restwaarde van het standaardmiddel is voor de nabestaanden. Restwaarde dienen de nabestaanden aan gemeente terug te betalen. Het maatwerk is niet meer adequaat Indien het maatwerk niet meer adequaat is vanwege voortschrijdende handicap en herindicatie noodzakelijk is, zijn er de volgende opties: teruggave van hulpmiddel aan de gemeente, zonder vergoeding vanuit gemeente voor eventuele bijbetaalde meerkosten. Hierbij moet het middel wel redelijkerwijs opnieuw inzetbaar zijn voor de gemeente; of zelf het middel verkopen / inruilen bij leverancier of via verkoop aan derden. Opbrengst minus de vastgestelde restwaarde van het standaardmiddel is voor de inwoner. Restwaarde dient de inwoner aan gemeente terug te betalen. Bepaling restwaarde voorzieningen bij PGB Als de situatie wijzigt bijvoorbeeld bij overlijden, een verhuizing of een middel is niet meer adequaat, kan de gemeente de restwaarde berekenen. Lastig punt kan zijn dat de inwoner eventueel extra geld heeft bijgelegd naast het maximale PGB om zijn hulpmiddel aan te schaffen. Bij de restwaardebepaling gaan we uit van het destijds daadwerkelijk verstrekte aanschafdeel van het PGB aan de desbetreffende inwoner. De restwaarde wordt als volgt bepaald: afschrijvingstermijn – gebruiksjaren = jaren restwaarde, afgerond op hele jaren ten voordele van de inwoner. Restwaarde is het budget minus de gebruikte jaren.

Rechtspraak bij dit artikel