Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Stap 2:

Artikel 2.2.2

Gesprek en onderzoek

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gulpen-Wittem 2026

1.. Het gesprek vindt bij de inwoner thuis plaats, maar kan in overleg met de inwoner ook elders plaatsvinden. 2.. Het gesprek kan bij wijze van uitzondering telefonisch plaatsvinden als dat voldoende is voor het bespreken van de vraag. 3.. De medewerker onderzoekt de situatie van de inwoner. Als het nodig is vraagt de medewerker een deskundige daarbij om advies. 4.. Bij dit onderzoek volgt de gemeente het volgende stappenplan: Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is (welke behoefte heeft de inwoner?) en wat de inwoner met zijn hulpvraag wil bereiken (gewenste effect). Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke (on)mogelijkheden, problemen of beperkingen er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de vraag naar hulp. Stap 3: De gemeente brengt in kaart welke hulp nodig is. Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem zelf op te lossen (eigen kracht), of met behulp van andere personen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met andere mogelijkheden. Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp de gemeente kan geven om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. 5.. Voor iedere stap geldt, dat de gemeente de deskundigheid inzet die nodig is om die stap goed te kunnen afronden. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zet de gemeente die in. De gemeente stelt de inwoner op de hoogte van welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt. 6.. De medewerker informeert de inwoner over mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb), zie artikel 6.3.1. 7.. De medewerker informeert de inwoner over een eventuele eigen bijdrage in de kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel