**1..** De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende:
Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk.
De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker.
De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie.
De gemeente informeert de inwoner over procedures die worden gevolgd. De gemeente zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.
De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy van de inwoner. De gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn. De gemeente vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de vraag van de inwoner.
De gemeente wijst de inwoner op de gratis cliëntondersteuning.
**2..** De gemeente reageert op een professionele manier op ontoelaatbaar gedrag van de inwoner. De gemeente zorgt voor het volgende:
De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:
zijn rechten en plichten;
wat er van hem wordt verwacht;
welk gedrag niet deugt;
wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en
waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner voldoende geïnformeerd blijft over deze punten.
De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen.
De aard van de reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:
de ernst van het gedrag;
de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en
de persoonlijke situatie van de inwoner.
De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.1
De rol van de gemeente
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gulpen-Wittem 2026