Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2

Artikel 7.2.1

Beëindiging hulp

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gulpen-Wittem 2026

1.. De gemeente kan toegekende hulp geheel of gedeeltelijk beëindigen als dat in de wet of in deze verordening is aangegeven. De hulp kan in ieder geval worden beëindigd, vanaf het moment dat: de hulp niet langer passend of nodig is; de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan die vorm van hulp zijn verbonden; de gemeente niet langer kan beoordelen of de inwoner in aanmerking komt voor hulp, omdat de inwoner onvoldoende of onjuiste informatie geeft, of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op die hulp; de hulp is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; de hulp voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld is; de inwoner niet binnen een vastgestelde termijn gebruikmaakt van toegekende hulp, tenzij hem dit niet te verwijten is, of als het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en de inwoner daarom niet meer in aanmerking komt voor hulp. De gemeente houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode. 2. . De hulp kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). De gemeente trekt dan het toekenningsbesluit in. De hulp kan ook gedeeltelijk worden ingetrokken (herzien). Dan blijft de hulp vanaf een bepaalde datum voor een deel in stand.

Rechtspraak bij dit artikel