1. Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
2. De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan.
3. Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te doen plaatsen.
4. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen stelt het college nadere regels vast.
5. Het college kan de vergunning weigeren indien:
a. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels in het uitvoeringsbesluit;
b. het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is
e. de begraafrechten en of grafrechten niet zijn voldaan.
6. Voorwaarde voor het afgeven van een vergunning is dat te allen tijde de rechthebbende op een particulier graf en de belanghebbende op een algemeen graf eigenaar is en blijft van de grafbedekking zolang het graf niet geruimd mag worden.
7. Voor het aanbrengen van grafbeplanting is geen vergunning nodig.
Hoofdstuk
Artikel 18.
Vergunning gedenkteken
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026