Naar hoofdinhoud
1. . De belastingplichtige stelt voor het betaald parkeren de parkeerapparatuur op straat in werking door het kenteken van het te parkeren motorvoertuig op te geven en voor de gewenste parkeerduur te betalen. 2. . De belastingplichtige betaalt uitsluitend langs elektronische weg op de wijze die op de parkeerapparatuur is vermeld of uit parkeerapparatuur blijkt. 3. . In afwijking van het eerste lid kan de belastingplichtige de parkeerapparatuur ook in werking stellen door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen. Hiervoor is de belastingplichtige geregistreerd bij een bedrijf dat diensten verleent op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel. 4. . De belastingplichtige meldt de aanvang van het parkeren door het opgeven van het kenteken van het te parkeren motorvoertuig en de gebiedscode aan de centrale computer. Hij neemt de overige voorwaarden in acht van het bedrijf waarbij belastingplichtige geregistreerd is. Als niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, dan geldt het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel