**1..** De hoogte van het Pgb voor een voorziening wordt vastgesteld op de volgende wijze.
(Indien formele beroepskrachten de zorg uitvoeren): de prijs die zij vragen met een maximum van 90 % van de prijzen, zoals genoemd in artikel 6, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht.
(Indien de informele zorg de zorg uitvoert – denk aan vrijwilligers of mantelzorgers): de prijs die zij vragen met een maximum van 70 % van de prijzen zoals genoemd in artikel 6. Deze prijs mag niet onder het minimumloon zakken. In dat geval wordt het minimumloon verstrekt.
Indien de inwoner aangeeft dat de voorziening voor een lager tarief ingekocht kan worden, wordt uitgegaan van dit lagere tarief.
De ondergrens is gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.
Het Pgb van producten (a tot en met d hierboven gaat over diensten) kan nooit meer zijn dan de kosten van dat product als de gemeente het in natura ingekocht zou hebben.
**2..** De hoogte van het Pgb voor vervoer bedraagt de netto zoneprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer (of de natura voorziening die beschikbaar is) vermenigvuldigd met het aantal kilometers volgens de ANWB route planner (kortste route) waar het vervoer voor gevraagd wordt, waarbij er een maximum geldt van 3000 kilometer op jaarbasis.
**3..** Indien het op basis van lid 1, lid 2 en lid 3 vastgestelde Pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht.