Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting gemeente Texel 2026

1.. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4.. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5.. In afwijking van het in de vorige leden bepaalde wordt tevens een belasting geheven van mobiele vakantiewoningen/ met een vaste standplaats voor meerdere jaren. 6.. Bij een heffingsmaatstaf als bedoeld in lid 1 tot en met lid 4 bedraagt de belasting per woning per jaar 0,2852% van deze heffingsmaatstaf, met dien verstande dat het te betalen bedrag minimaal € 631,00 is en niet meer zal bedragen dan € 1.965,00. 7.. Bij een heffingsmaatstaf als bedoeld in lid 5 bedraagt het tarief per vaste standplaats per jaar € 566,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel