Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.2:

Artikel 6:4:

Afzien van terugvordering

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 6:3, kan het college binnen de grenzen van artikel 58 Participatiewet, artikel 25 Ioaw en artikel 25 Ioaz geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien, indien: de belanghebbende gedurende 5 jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat deze nog verricht gaan worden; de belanghebbende gedurende 3 jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat deze nog verricht gaan worden, tenzij de vordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; het terug te vorderen bedrag lager is dan € 200,00 en de vordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 2.. Een besluit om bij belanghebbende van terugvordering af te zien laat de mogelijkheid in stand om terug te vorderen van de persoon, die mede hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de kosten van de uitkering op grond van artikel 59 Participatiewet, artikel 26 Ioaw of Ioaz, als zij op dat moment geen gehuwden meer zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel