Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.3:

Artikel 4:11:

Vaststellen hoogte bestuurlijke boete

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz

1.. Het college stelt de hoogte van de bestuurlijke boete vast op: 100% van het benadelingsbedrag als de inlichtingenplicht opzettelijk is overschreden; 75% van het benadelingsbedrag als sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 25% van het benadelingsbedrag als sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht. 2.. Bij recidive past het college de percentages, genoemd in het eerste lid van dit artikel, toe op het benadelingsbedrag, vermenigvuldigd met 150% van dit bedrag. 3.. Bij toepassing van het eerste en tweede lid is de bestuurlijke boete - als een belanghebbende beschikt over inkomen op bijstandsniveau - in ieder geval niet hoger dan: 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 24 maanden, als de inlichtingenplicht opzettelijk is overtreden; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 18 maanden, als sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 12 maanden, als er geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht; 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermenigvuldigd met 6 maanden, als sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht. 4.. Het college verlaagt de hoogte van de bestuurlijke boete als dit vanwege bijzondere omstandigheden noodzakelijk is voor de vaststelling van een evenredige bestuurlijke boete. 5.. Als de schending van de inlichtingenplicht heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 en heeft voortgeduurd na 1 januari 2013, dan beoordeelt het college het gedeelte van de overtreding dat zich heeft voorgedaan vóór 1 januari 2013, naar het recht dat vóór die datum gold. 6.. Bij cumulatie van boeten, legt het college de hoogste boete op. 7.. Als de schending van de inlichtingenplicht direct verband houdt met aanwezig vermogen, is lid 3 van dit artikel niet van toepassing voor zover de vastgestelde boete op grond van lid 1 en 2 van dit artikel kan worden voldaan uit het aanwezige vermogen.

Rechtspraak bij dit artikel