Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Aanvraag

Onderdeel van Verordening minimaregelingen 2026 gemeente Midden-Drenthe

1.. Een aanvraag voor een minimaregeling wordt ingediend op een door het college beschikbaar gesteld (digitaal) formulier (met uitzondering van het Jeugdfonds Sport en Cultuur). 2.. Belanghebbenden hoeven geen aanvullende bewijsstukken voor het vaststellen van het vermogen en inkomen te overleggen wanneer uit andere bronnen blijkt dat zij tot de kring van rechthebbenden behoren. Dit geldt in ieder geval in de situatie dat de belanghebbende: Een bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Participatiewet. De individuele inkomenstoeslag (IIT) ontvangt op grond van de Participatiewet. Valt onder de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) of een vergelijkbare regeling van de kredietbank, met uitzondering van het saneringskrediet. In de afgelopen drie maanden een toekenning heeft gekregen voor een van de andere regelingen binnen deze verordening, met uitzondering vanuit ‘Stimulering deelname aan Sport en Cultuur’. 3.. Belanghebbenden moeten wel vermogensgegevens overleggen, maar het overleggen van aanvullende inkomensgegevens is niet vereist als uit andere bronnen blijkt dat zij tot de kring van rechthebbenden behoren of wanneer de belanghebbende bewijsstukken overlegt waaruit blijkt dat hij of zij: Een periodieke uitkering van de gemeente ontvangt op grond van de Bbz, IOAW of IOAZ. Uitsluitend een AOW-uitkering ontvangt, zonder aanvullend pensioen. Uitsluitend een Wajong-uitkering ontvangt. Uitsluitend een Anw-uitkering ontvangt. Een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt. 4.. Het college neemt binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen een beslissing. 5.. Het college kan nadere regels vaststellen inzake de aanvraagprocedure, de wijze van het verschaffen en controleren van inlichtingen en de bijbehorende formulieren.

Rechtspraak bij dit artikel