Lokaal eigendom is een begrip dat ruimte laat voor interpretatie. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken hoe wij hier als gemeente invulling aan willen geven. Als startpunt gebruiken we de definitie uit de RES: “Lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten is het risicodragend (mede-) ontwikkelen en - exploiteren van die energieprojecten door lokale partijen, met het oogmerk de opbrengsten ervan ook weer lokaal in te zetten voor CO2-reductie, lastenverlichting en leefbaarheid”.
Deze definitie vullen we verder aan door vast te stellen wie wij als lokale partijen beschouwen. Met lokale partijen bedoelen we:
Ten eerste inwoners van de gemeente, bij voorkeur verenigd in een energiecoöperatie waar lidmaatschap in ieder geval open staat voor alle aan- en omwonenden.
Ten tweede behoren bedrijven, stichtingen en verenigingen in de omgeving tot lokale partijen die mogen participeren maar enkel door lidmaatschap van een lokale energiecoöperatie.
Ten derde wordt de mogelijkheid onderzocht om als gemeente eigenaar te zijn wanneer het niet lukt om aan 50% lokaal eigendom de komen met de hiervoor genoemde lokale partijen (zie paragraaf 4.1.).
We achten het van belang dat de initiatiefnemer in een vroegtijdig stadium al het gesprek aan gaat met de lokale energiecoöperatie(s) en de omgeving over de mogelijkheid om mede-eigenaar te worden.
Daarom dient de initiatiefnemer direct na een eerste verkennend gesprek in overleg te treden met lokale energiecoöperaties en de omgeving over de mogelijkheden van lokaal eigendom. De afspraken over lokaal eigendom dienen te zijn vastgelegd voordat de daadwerkelijk inpassing van het zonnepark vorm krijgt. In bijlage II is in detail uitgewerkt hoe het gesprek over lokaal eigendom in de totale procedure past.
Om te borgen dat het lokaal eigendom ook over een redelijk deel van de gemeenschap wordt gedeeld hanteren we een eis over het minimaal aantal deelnemers. Hiervoor hanteren we de volgende regel: van lokaal eigendom is sprake wanneer 10% van de adressen binnen een straal van 5 kilometer van een project deelneemt, met een maximaal geëiste deelnemers van 100 adressen. Dit laatste voorkomt dat een onredelijk hoog aantal adressen wordt geëist indien een dorpskern binnen de straal van 5 kilometer valt. Deze voorwaarden aan de vorm van lokaal eigendom leggen we vast in de anterieure overeenkomst die we als gemeente sluiten met de initiatiefnemer.
Om te borgen dat energiecoöperaties volgens het coöperatieve gedachtegoed opereren dienen energiecoöperaties aan een aantal minimale voorwaarden te voldoen om lokaal eigendom in te kunnen vullen. Deze voorwaarden betreffen:
Er dient vrije toe- en uittreding mogelijk te zijn;
De winsten komen ten goede aan de lokale gemeenschap;
Er is een democratisch besluitvormingsproces voor leden ingericht;
Er wordt rekening mee gehouden dat ook inwoners met beperkte middelen lid kunnen worden.
We gaan als gemeente met het samenwerkingsverband ‘Platform Energietransitie Westerwolde’ (PEW) in gesprek over de mogelijkheid om deze voorwaarden te borgen door het samenwerkingsverband te formaliseren. Bijvoorbeeld door van PEW een overkoepelende coöperatie te maken met een gedragscode voor deelnemende energiecoöperaties. Zolang dit nog niet via PEW kan worden geregeld worden deze voorwaarden op een alternatieve wijze vastleggen. Bijvoorbeeld door de voorwaarden op te nemen in de anterieure overeenkomst die we als gemeente sluiten met de initiatiefnemer.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6.
Artikel 4.6.1.
Uitgangspunt: minimaal 50% lokaal eigendom eis
Onderdeel van Beleidskader zonne- en windenergie 2023 – 2027