Qua inpassing gelden een aantal voorwaarden:
Achter de hoofdbebouwing. Dit omdat het bouwwerk anders op een dominante wijze het beeld gaat bepalen. Voorkeur verdient plaatsing achter op het erf of op ruime afstand van de achtergevelrooilijn van de hoofdbebouwing. Een afstand tot woningen van ten minste vier keer de ashoogte is een verplichte afstand uit de Wet milieubeheer.
Passend bij de erfstructuur. De geplaatste windmolen dient de bestaande bebouwing- en erfstructuur te ondersteunen. Te denken valt hierbij aan plaatsing in de lijn met de bestaande bebouwing, in het hart van bestaande bebouwing of op hoekpunten van kavels.
Onopvallende kleurstelling. Geadviseerd wordt zoveel mogelijk gebruik te maken van natuureigen en donkere kleurtonen. Felle kleurstelling dienen te worden voorkomen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1.
Artikel 5.1.3.
Inpassing
Onderdeel van Beleidskader zonne- en windenergie 2023 – 2027